Onderwijs Herman Broerencollege

Ons onderwijs is zo ingericht dat onze leerlingen straks zo zelfstandig mogelijk in de maatschappij kunnen functioneren. Door onze leerlingen veel ervaringen op te laten doen op cognitief, praktisch en sociaal-emotioneel gebied, kunnen zij zich verder ontwikkelen tot een zelfstandig individu. Wij zijn van mening dat onze leerlingen dit alles kunnen leren door zelf actief deel te nemen: ‘Leren moet je doen!’. De leerlingen leren hun eigen kwaliteiten te ontdekken en te ontwikkelen. De leerlingen worden uitgedaagd, op hun eigen niveau, door lessen en activiteiten in voor hen herkenbare situaties aan te bieden. De zelfstandigheid van de leerlingen wordt bevorderd, doordat ze om leren gaan met uitgestelde aandacht, zelf oplossingen bedenken en leren samenwerken. Hierdoor worden de kwaliteiten van de leerlingen gestimuleerd en ontwikkeld. Het lesprogramma wordt opgebouwd volgens het directe instructiemodel en het begeleid ontdekkend leren.

Op het Herman Broerencollege worden leerlingen in fases voorbereid op hun toekomst, gericht op de vier pijlers werken, wonen, vrije tijd en burgerschap.

Brugklassen: 12 t/m 14 jaar

Voor onze leerlingen is het van belang dat wat zij leren voor hen betekenis heeft. Dit wordt gerealiseerd door de cognitieve vakken te geven binnen een thema en/of door deze te verbinden met situaties uit de dagelijkse praktijk. Zo oefenen leerlingen bijvoorbeeld met schriftelijke taal en rekenen door een boodschappenlijstje te maken en boodschappen te doen en af te rekenen. Uitgangspunt bij het lesaanbod is dat het de leerlingen voorbereidt op hun toekomst, gericht op wonen, werken, vrije tijd en burgerschap.

Praktijkgroepen: 14 t/m 16 jaar

De ontwikkeling van de leerling wordt nog meer verlegd naar het toekomstperspectief, gericht op werken en wonen. Het lesaanbod van de leerling is nog meer toegespitst op de vraag ‘wat heb jij nodig om je in de toekomst staande te houden in de maatschappij?’. De cognitieve ontwikkeling wordt met name ingezet in de contextuele setting (praktijk), voorbereiding op dagbesteding en/of arbeid. Het aanbod van de lessen verhoudt zich met de contextuele wereld van de leerling, gericht op wonen, werken, vrije tijd en burgerschap. Bij leerlingen vanaf 15,5 jaar wordt een arbeidsinteressetest afgenomen. Op basis van het ontwikkelingsperspectief en de arbeidsinteressetest wordt het transitieplan opgesteld (16 jaar).

Eindgroepen: 16 tot uiterlijk 20 jaar

De ontwikkeling van de leerling is met name gericht op zijn toekomstperspectief, zoals in gezamenlijkheid beschreven in het transitieplan. De leerling en ouders zijn hierbij een belangrijke partner. De leerling werkt aan zijn/haar toekomstperspectief op het gebied van wonen, werken, vrije tijd en burgerschap. De leerling volgt praktijkvakken passend bij zijn mogelijkheden voor de toekomst. Leerlingen werken daarnaast in groepen op niveau van de uitstroombestemming aan thema’s als stage, maatschappelijke ontwikkelingen, wonen en ICT en leren daarnaast van elkaar en van elkaars ervaringen.

Onderwijs-zorggroepen: 12 tot uiterlijk 20 jaar

De leerlingen in de onderwijs-zorggroepen werken volgens het vastgestelde EMB-beleid. De leerlingen werken volgens een vast dag- en weekritme met vaste begeleiding, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. In de onderwijs-zorggroepen zijn tevens zorgmedewerkers actief om de leerlingen extra te ondersteunen met vaardigheden op het gebied van Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (ADL).

Het Herman Broerencollege geeft onderwijs op verschillende vakgebieden. De leerlingen binnen het VSO volgen onderwijs volgens de kerndoelen van het ZML, die zijn aangepast volgens het wettelijk kader van het ministerie van OCW. Om bij het lesaanbod de juiste keuzes te maken, gebruiken wij de leerlijnen voor het ZML van het Centrum Educatieve Dienst (CED). Zie hiervoor de website: www.leerlijnen.cedgroep.nl. Hiermee willen we een optimale ontplooiing van de leerling bewerkstelligen om hem/haar voor te bereiden op een actieve deelname aan de maatschappij en hem/haar uit te laten stromen naar een passende plek. Dat kan variëren van een betaalde baan tot een beschermde belevingsgerichte omgeving.